Wat is een vrijeschool voor voortgezet onderwijs? Wat is er typisch vrijeschool?

Een vrijeschool voor voortgezet onderwijs is een middelbare school die zijn onderwijsvorm baseert op het gedachtegoed van Rudolf Steiner.

Wat is het verschil met een reguliere middelbare school?

Het vrijeschoolonderwijs streeft naar gelijke ontwikkeling van hoofd, hart en handen. Het begeleiden van kinderen naar jongvolwassenen is een bijzondere taak. Het vrijeschoolonderwijs streeft ernaar de kinderen te begeleiden naar vrije mensen die zich vanuit eigen kracht kunnen verbinden met zichzelf, met de medemens, met de natuur en met de maatschappij.

Welke niveaus bieden jullie aan?

Wij bieden nu vrijeschoolonderwijs op vmbo-T-, havo- en vwo-niveau aan. Onze wens is om op termijn ook vrijeschoolonderwijs op vmbo-basis- en kaderniveau aan te gaan bieden.

Welk niveau heb je als kind nodig op in te mogen stromen?

Mavo, Havo, VWO

Hoe gaat het met de niveaus door elkaar heen?

De leerkrachten geven gedifferentieerd les. Hij of zij houdt hierbij rekening met de niveauverschillen in de klas, maar geeft er geen expliciete aandacht aan. Zij zijn in eerste instantie terughoudend in hun ‘oordeel’  over het niveau van de leerling, en geven de leerlingen de ruimte om zich verder te ontwikkelen. In de loop van het 3e leerjaar (klas 9) wordt de definitieve niveau-keuze bepaald. Het voordeel van heterogene klassen is dat leerlingen van elkaar leren. Het kan goed zijn dat leerlingen met een ander opleidingsniveau uitblinken in de vakken waar hart en handen meer aangesproken worden.

Wat houdt de kunstzinnigheid op de vrijeschool in?

Kunstzinnig werken is zeer vormend voor je karakter. Je moet je inleven in het materiaal (bijvoorbeeld kleur, hout, klei, een bewegingsschema, een dichtwerk) en je kunt alleen tot een kunstwerk komen als je jezelf loslaat. Wie voorzichtig is, moet af en toe stoutmoedig worden bij het maken van kunst. Wie overmoedig is, bedachtzaam, wie wilszwak is, doortastend en wie koppig is, soepel. Een kunstzinnig proces betekent dat je iets schept. Hierbij kom je vaak allerlei zieleroerselen tegen: verwachting, teleurstelling, woede, gelatenheid, nadenken, verrassing, nieuwe hoop, hernieuwde wilsinspanning, intense vreugde … Deze betrokkenheid vindt niet alleen in je geest plaats (psychisch), maar ook in je lijf (fysiek): tot in je vingers en tot in de punten van je tenen.

Kunstzinnig bezig zijn is dus een fysieke activiteit waaraan je volledig deelneemt met lichaam en ziel. Wij leven in een technisch en digitaal tijdperk, dat vol is van fysieke handelingen die min of meer automatisch verricht worden. Denk aan machines besturen, mechanismen in werking stellen met een druk op de knop … Ook vereisen bepaalde bezigheden verscherpte aandacht, zoals werken op de computer. Het gaat dan om een koele, onpersoonlijke aandacht, er worden van het hele scala van zintuigen en vaardigheden maar een paar te werk gesteld. Dit is niet hetzelfde als kunstzinnig bezig zijn, scheppen.  Kunst is vormend, zowel in de materiële wereld (dingen), als in het rijk van de ziel.

Kan mijn kind hier ook heen als hij niet creatief is?

Ieder kind is creatief! Onze school staat voor een brede ontwikkeling die leerlingen de kans biedt om gefundeerd hun mening te vormen op de wereld en weloverwogen keuzes te kunnen maken/ doelen kunnen realiseren. Wij streven kunstzinnigheid na, oftewel de lesstof niet alleen cognitief verwerken, maar juist ook emoties aanspreken. Creativiteit is daarvoor geen voorwaarde.

Hoe denken jullie over het gebruik van computers? Over mediawijsheid?

We schuwen het gebruik van media niet en maken gebruik van wat beschikbaar is in de school. In het onderwijs wordt digitaal materiaal ingezet als middel en niet als doel, en wanneer dit relevant is voor de les(stof). Mediawijsheid heeft een plek in het curriculum. Wij zien computergebruik als aanvulling op de huidige materialen, en niet als vervanging van papier en pen of penseel.

Wie is de mentor? Wat is een klassenleerkracht?

De mentor is de klassenleerkracht. De klassenleerkracht is een ervaren leerkracht die de vrijeschoolpabo heeft afgerond of een gelijkwaardige vrijeschoolse opleiding heeft gedaan. Hij of zij geeft in het eerste leerjaar het meerendeel van de lessen, en heeft dus veel contact met de klas.

Wie komen de vaklessen geven?

In het eerste jaar (jaren) kan de mentor/klassenleerkracht veel vaklessen geven. Verder een samenwerking met Zeist en daar waar het past qua inhoud en visie ook leerkrachten van het Sint Gregorius College.

Krijg je veel toetsen?

Een toets geeft meestal slechts informatie over een momentopname, en dat vinden wij minder interessant. Daarom werken wij over het algemeen meer met bijvoorbeeld werkstukken. Daaruit blijkt veel beter hoe een leerling de stof heeft verwerkt, en welke ontwikkeling hij of zij daarmee is gegaan. Kennistoetsen zijn er ook, maar overheersen niet.

Hoe gaan jullie om met twee leerlinggroepen in één gebouw?

Wij willen graag een stadse vrijeschool zijn. Dat we het gebouw delen met andere leerlinggroepen en leerlingen met een andere achtergrond zorgt in ons idee voor een mooie representatie van de stad waarin we leven, waarin we moeten reageren en interacteren en uiteindelijk moeten samenleven. We zoeken dus niet naar een eigen ‘bubble’ binnen een bestaande gebouw, maar juist naar de interactie in en met de stad; ook binnen ons schoolgebouw. De ervaring is dat de leerlingen vanzelf ook hun eigen groepjes en gezelligheid creëren in deze stadse omgeving.

Wie is de directeur?

Nynke Gerritsma is de rector van het St Gregorius. De vrijschool leerrout valt onder deze school, dus zij is de directeur.

Wat kost dat?

Vrijeschoolonderwijs is niet slechts examengericht; er is een groot aanbod van extra activiteiten en lessen, zoals euritmie/dans, toneel, muziek, handvaardigheid. Hier zitten extra kosten aan vast, die niet bekostigd worden door de overheid, en daarom betaald worden uit de vrijwillige ouderbijdrage. Houdt u rekening met een jaarlijkse ouderbijdrage van gemiddeld 500 euro per jaar per kind.

Verder zijn er incidentele deelnemerskosten voor bijvoorbeeld talenreizen in de hogere klassen.

Waar komen leerlingen vandaan?

De leerlingen kunnen uit alle basisscholen van Utrecht en omgeving komen. Wij streven naar een evenwichtige verdeling tussen leerlingen van de vrijeschool en vanuit regulier basisonderwijs.

Hoe gaan jullie om met de grote instroom van leerlingen zonder een vrijeschoolachtergrond? Is dat een probleem?

De instroom van niet-vrijescholers bij de bestaande middelbare vrijescholen is landelijk gezien ongeveer 50%. Het is dus gebruikelijk dat de 7e klas een mix is tussen leerlingen met en zonder vrijeschoolachtergrond. In de regel geeft dat geen problemen.

Krijgen vrijeschoolleerlingen voorrang?

Vanuit de POVO-regeling die voor alle scholen in Utrecht geldt, mogen wij geen voorrang geven. In geval van overaanmelding vragen we alle leerlingen een motivatiebrief te schrijven waarin hun motivatie zou moeten blijken voor het vrijeschoolonderwijs en deze school.

Als de klassen vol zijn, komt mijn kind dan op het St-Gregorius College?

Als er geen plaats meer is in de vrijeschool klassen heeft het kind in ieder geval een plek op het St-Gregorius College. In een tweede ronde (begin april) kan desgewenst nog worden meegeloot voor een plek op de scholen die nog plek hebben.

Is er een loting?

Bij te veel aanmeldingen selecteren wij op motivatie. We vragen dan iedereen om in een motivatiebrief aan te geven wat hun affiniteit met vrijeschoolonderwijs is en waarom ze voor Waldorf Utrecht hebben gekozen. Dit jaar is er geen loting geweest, en naar verwachting zal dat komend jaar ook niet aan de orde zijn.

Kun je ook blijven zitten?

Omdat vrijeschoolonderwijs uitgaat van ontwikkelingsgericht onderwijs, en de leeftijdsfasen van het kind volgt, blijven leerlingen de eerste jaren in principe niet zitten. Uiteraard kunnen zich altijd uitzonderingssituaties voordoen. Daarbij staat het kind altijd centraal en is er altijd uitgebreid contact met de ouders.

Wat wordt er van ouders verwacht?

Betrokkenheid, actief en passief. Zeker in de eerste jaren zal er meer van ouders gevraagd worden, samen pionieren, bouwen, meedenken. Zoals bij de jaarfeesten, schoolreizen, buitenschoolse activiteiten.