Mijn naam is Marcel Seelen en volgend schooljaar ben ik één van de klassenleerkrachten van de 7e klas.

Van het concert des levens krijgt niemand het programma. Zo luidt een gezegde en het is een boeiende waarheid. We weten niets van ons levenslot. Maar nu mijn levenssymfonie al een tijd tot klinken wordt gebracht, laten wel enige motieven zich duiden.

Eenmaal 28 jaar geworden, was mijn jeugd voorbij en begon de ernst van het leven. Ik had mijn vrouw leren kennen en mijn school gevonden. Mijn geluk kon niet op! Jantineke was een vrouw om op handen te dragen en onverwacht had ik via mijn werk als student, een oppasbaantje, de vrijeschool leren kennen. Eindelijk thuis. Vrouw en werk bleken een bijzonder gelukkige tijd in te luiden.

Voor mijn studie Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam schreef ik een doctoraalscriptie over het vrijschoolonderwijs en sindsdien ben ik daarover blijven schrijven – artikelen voor antroposofische bladen, later ook op vraag van de Vereniging van Vrijscholen: de alternatieve kerndoelen, het jubileumboek toen de vrijeschool 75 jaar bestond (‘Mijn lot heeft vlam gevat’), boekjes voor het periode-onderwijs aan de 7e en 8e klas.

De ernst van het leven liet zich volop gelden toen ik 33 werd: bij mijn vrouw werd ms (multiple sclerose) geconstateerd. Zij was toen 35 en met onvoorstelbare moed heeft zij dat levenslot jaren en jaren gedragen. Ik heb het als mijn opdracht beschouwd, dat lot met haar te delen, met alle liefde die ik in me had, tot aan haar sterfbed, zij was toen 45 jaar oud. Het is in die jaren, dat antroposofie voor mij niet alleen ijverig lezen betekende, maar vooral ook een dankbare verdieping van mijn leven betekende. In die jaren na het overlijden van mijn vrouw heb ik geleerd wat Jung noemt ‘je losrukken uit een overdreven Ik-gevangenschap.’

De toekomst krijgt een horizon. Wat is mijn werkelijke taak, in de jaren die nog voor me liggen? Mijn motief was al vroeg in mijn biografie tot klinken gebracht. Nu kwam er een telefoontje – uit het niets, zo leek het – uit Roermond. Of ik met enthousiaste ouders een vrijeschool voortgezet onderwijs wilde gaan oprichten – in een reguliere school?

Ik heb, 54 jaar oud, na 33 jaar alles in Amsterdam per direct achter me gelaten, zonder enige aarzeling, en vestigde me op een zolderkamer in een kleine provincieplaats. Aan de slag! Nu – 6 jaar later – is de vrijeschool er stevig gevestigd, met examens op alle niveaus. Ook heb ik hier mijn tweede vrouw leren kennen, Suzan, die uit een eerder huwelijk twee dochters meenam, nu 13 en 16 jaar oud, waarvan ik al 4 jaar stiefvader ben. Ik voel me een gezegend mens, nu ik een lang gekoesterde wens na zoveel jaren van alleen-zijn gerealiseerd zie: het leiden van een hecht en warm gezinsleven.

De vraag komt dus vaak van buiten, zo blijkt. De vacature van Waldorf Utrecht was voor mij weer zo’n brandende oproep: mag ik dat doen? Opnieuw komt mijn leidmotief, een leven dienstbaar aan de vrijeschoolpedagogiek, tot klinken. Sinds ik weet dat ik met een 7e klas in Utrecht het nieuwe schooljaar beginnen ga, borrelt en bruist het van binnen onophoudelijk!