Regels en afspraken

Vanuit het idee om op school op een goede manier met elkaar te kunnen samenwerken zijn regels opgesteld. Deze regels staan beschreven in diverse protocollen, onderdelen van het schoolwerkplan.

Een afschrift deze protocollen is bij de schooladministratie verkrijgbaar.

Ouders

  • Aanvragen bijzonder verlof kunt u sturen naar de verzuimcoördinator. Hiervoor kunt u gebruik maken van formulier 06-1909-A – 1 dat u HIER kunt downloaden. Extra verlof kan aangevraagd worden voor:

    • Huwelijk van bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad van het kind: één dag.
    • Huwelijksjubilea (12½, 25, 40, 50 of 60-jaar) van ouders en/of grootouders: één dag.
    • 25-, 40- of 50-jarig ambtsjubileum van ouders of grootouders: één dag.
    • Ernstige ziekte van ouders, bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad van het kind: duur in overleg met rector.
    • Overlijden van bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad van het kind: duur in overleg met de rector.
    • Verhuizing van gezin: één dag.

    Graden in verwantschap:

    • 1e tot en met de 3e graad: ouders, broers en zussen, groot- en overgrootouders, ooms en tantes en neven en nichten (kinderen van broers en zussen).
    • 4e graad: neven en nichten (kinderen van ooms en tantes), oudooms en oudtantes en achterneven en achternichten (kinderen van broers en zussen).

    Vrij voor een religieuze feestdag

    Een leerling heeft recht op verlof als hij plichten moet vervullen die voortvloeien uit godsdienst of levensovertuiging. Per verplichting geeft de school in principe één dag vrij, in verreweg de meeste situaties is dit voldoende. Als de leerling gebruik wil maken van deze vorm van extra verlof, moeten zijn ouders – of de leerling zelf als hij niet meer bij zijn ouders woont – dit minimaal twee dagen van tevoren schriftelijk melden bij de verzuimcoördinator.

    Vrij voor sommige bijzondere talenten

    Sommige kinderen hebben bijzondere talenten op het gebied van sport of kunst. Het kan zijn dat zij hiervoor lessen moeten verzuimen. De Leerplichtwet biedt hiervoor echter geen vrijstellingsmogelijkheid. Wel is het mogelijk hierover afspraken te maken met de rector. Deze afspraken worden jaarlijks aan het begin van het schooljaar gemaakt. Incidentele verzoeken vallen buiten deze regeling.

  • Leerplicht

    Leerplicht geldt voor kinderen van 5 tot en met 16 jaar, vanaf de eerste dag van de maand nadat een kind 5 jaar wordt tot het einde van het schooljaar waarin het 16 jaar is geworden, of aan het einde van het twaalfde schooljaar. De basisschoolperiode telt mee voor acht jaar, ook als de leerling hier in werkelijkheid korter over gedaan heeft.

    Kwalificatieplicht

    Na het laatste schooljaar van de leerplicht begint de kwalificatieplicht voor jongeren die nog geen startkwalificatie hebben gehaald. Door de kwalificatieplicht moeten meer jongeren een startkwalificatie halen. Een startkwalificatie is een havo-, vwo- of mbo- diploma (niet niveau 1.).  De overheid ziet dit niveau als minimumvereiste voor een goede participatie in de maatschappij. Met de kwalificatieplicht wordt de leerplicht verlengd tot de dag dat de jongere een startkwalificatie heeft gehaald, of tot de dag dat de jongere 18 jaar wordt.

    Na de 18de verjaardag van een leerling die nog geen startkwalificatie heeft, treedt de RMC wet in werking. Deze wet is van kracht tot dat de leerling 23 jaar wordt.

    De RMC wet verplicht de school om verzuim te melden.

    Schoolverzuim

    Schoolverzuim wordt gemeld als er sprake is van:

    • 16 uur of meer verzuimuren in vier opeenvolgende lesweken.
    • Zodra er grote zorgen ontstaan over een leerling
    • Als er sprake is van luxe verzuim.
    • Hoog ziekteverzuim wordt gemeld bij de schoolarts. Indien de leerling (en ouders) 2x niet op een afspraak verschijnen of indien de arts aangeeft dat er geen medische oorzaak voor het verzuim is, dan wordt de leerling gemeld bij de afdeling leerplicht.

    Verzuimloket.

    Alle meldingen gaan via het verzuimloket van DUO.

    Protocol verzuim

    Klik hier voor het protocol verzuimcoördinaat 2017-2018

  • Wij doen er alles aan om uw kind zo goed mogelijk onderwijs te geven en te begeleiden. Soms loopt dit anders dan gewenst. Bij vragen kunt u contact op nemen met de desbetreffende docent of de mentor van uw kind. Mocht dit niet tot een oplossing leiden, dan neemt u contact op met de teamleider. Als deze mogelijkheden niet toereikend zijn, doordat afhandeling van de klacht niet naar tevredenheid heeft plaatsgevonden of door de aard van de klacht, dan kan men een beroep doen op de klachtenregeling. De regeling biedt mogelijkheden voor het indienen van een klacht bij de rector, het bestuur of rechtstreeks bij de landelijke klachtencommissie.
    Contactpersoon op school: Nynke Gerritsma, rector ([email protected])
    Contactpersoon van de Willibrordstichting: Koos Kool, bestuurssecretaris ([email protected]).

    De Willibrord Stichting is aangesloten bij de Landelijke Klachtencommissie voor het
    Bijzonder Onderwijs (Stichting GCBO)
    Postbus 82324
    2508 EH Den Haag
    Tel: 070 – 386 16 97
    E-mail: [email protected]

    De klachtenregeling sluit een aantal klachten van behandeling uit. Het gaat dan vooral om klachten die volgens wet- en regelgeving een eigen rechtsgang kennen:
    * onregelmatigheden bij eindexamens
    Deze klachten kunnen worden voorgelegd aan de Commissie van Beroep Onregelmatigheden Eindexamens. De procedure en het adres van de Commissie van Beroep staan vermeld in het examenreglement dat aan het begin van het schooljaar aan de examenleerlingen wordt uitgereikt.
    * rechtspositionele sancties jegens medewerkers
    Voor deze beslissingen gelden de bepalingen in de vigerende CAO-VO.
    * medezeggenschapsconflicten
    Deze zijn op grond van de Wet Medezeggenschap Onderwijs voorbehouden aan de Geschillencommissie WMS. Op basis van de artikel 30 lid 1 WMS zijn alle scholen (PO/VO), REC’s en centrale diensten aangesloten bij: Stichting Onderwijsgeschillen – Postbus 85191 – 3508 AD UTRECHT- Telefoon: 030-2809590

     

  • Aankondiging boekenregeling 2016-2017

    Informatie over de boekenregelening 2016 – 2017. Download HIER de informatie.

    Boekenregeling: leerlingen met een leesbeperking

    Leerlingen met een leesbeperking (dyslexie) kunnen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor aangepaste leermiddelen. De regeling “Aangepaste leermiddelen” (model swp 2658), dat u HIER kunt downloaden.

    Boekenregeling:  tussentijdse vakwisselingen of instroom

    Voor leerlingen die aanvullende leermiddelen nodig hebben, bijvoorbeeld bij wijziging van het vakkenpakket, afdeling of school, geldt de regeling die u HIER kunt downloaden.

    Boekenregeling: specificatie tekendoos

    Een specificatie van de tekendoos die in het eerste leerjaar dient te worden aangeschaft kunt u HIER  downloaden.

     

Leerlingen

  • swp 1911

    Vanuit het idee om op school op een goede manier met elkaar te kunnen samenwerken zijn regels opgesteld. De ‘rechten en plichten’ van de leerlingen zijn vastgesteld in het ‘Leerlingenstatuut swp 1910’.

    Een aantal regels is uitgewerkt in het ‘Leerlingreglement swp 1940’.  Van sommige onderwerpen is een beschrijving van de regels en afspraken in een ander document vastgelegd. Een opgave daarvan staat hieronder. De volgende documenten uit het ‘schoolwerkplan’ kunnen hieronder gedownload worden:

    • Leerlingenstatuut swp 1910
    • Leerlingreglement swp 1940
    • Schoolveiligheidsplan swp 3619
    • School en Veiligheid_Handelingsprotocol swp 3661
    • Protocol Voorschriften Uiterlijke Verzorging swp 1950

    Verder zijn in het schoolwerkplan in diverse documenten nog regels opgenomen die o.a. betrekking hebben op:

    • het gebruik van het ‘bètalaboratorium swp 3850’ (ruimtes 134 en 625)
    • het gebruik van computers op school: Protocol- PC-gebruik swp 0815
    • deelname aan excursies: excursiereglement swp 1995
    • deelname aan schoolfeesten: swp 1996

    Deze documenten worden bij gelegenheid aan de leerlingen kenbaar gemaakt. Een afschrift daarvan is bij de schooladministratie verkrijgbaar.

  • Voor docent én leerlingen is het hinderlijk onderbroken te worden door binnendruppelende leerlingen. Daarom is het van belang dat je op tijd in de les bent. In diverse gevallen moeten klassen voor de gymnastieklessen van en naar de sporthal Galgenwaard. De benodigde reistijd op en neer naar hal en school is ruim genoeg berekend. Je moet natuurlijk in één keer op en neer fietsen of ‘bussen’,  en géén uitstapjes maken of pauzes houden bij een of andere snackbar of winkel. Er is dus géén excuus voor te laat komen in de sporthal of bij terugkomst op school!

  • Leerlingen van het St-Gregorius College zijn van 8.20 uur tot 16.45 uur voor school beschikbaar, ook als het basisrooster later begint of eerder eindigt. Soms zijn er immers langer durende onderwijsactiviteiten of is het nodig eerder op school te komen of te blijven wegens inhaalwerk, schoonmaakwerk en heel soms strafwerk. Houd hiermee rekening bij het maken van afspraken buiten school!

  • Het buitenles-activiteiten-reglement kan HIER gedownload worden.

  • swp 3623

    Het beleidsplan “Genotmiddelenbeleid swp 3624” omvat de schoolregels over:

    • roken
    • gebruik van alcohol
    • gebruik van cannabis
    • gebruik van andere drugs
    • gokken

    (zie  swp 3624 pagina 2 – grijs gearceerde deel)

    U kunt het beleidsplan HIER downloaden.

School & veiligheid

  • School & veiligheid is een belangrijk thema op het St-Gregorius College. Leerlingen en personeelsleden dienen zich veilig te voelen.

    In brugklas 1 maakt de mentor in de eerste schoolweek samen met de klas een pestprotocol. Daarin worden afspraken gemaakt over wat pesten is, hoe te handelen als er sprake is van pesten en wat de rol van de school is. De laatste jaren wordt ook gesproken over pesten via internet (bijvoorbeeld MSN). Bij het voorkomen van pestgedrag via internet spelen uiteraard ook de ouders een belangrijke rol. Lees verder op de site van School en Veiligheid.

    Het schoolprotocol “Digitaal Pesten swp 1998” kunt u HIER downloaden.

  • Handelingsprotocol St-Gregorius College

    Doelstelling van handelingsprotocol:
    Om het werk- en pedagogisch klimaat en daarmee ook de onderwijskansen van leerlingen te beschermen en te bevorderen, heeft iedere school huis- en gedragsregels opgesteld. Deze staan vermeld in de schoolgids (swp 2711) en leerlingstatuut. De school wil immers een veilige omgeving bieden waar leerlingen zich op hun gemak voelen, kunnen leren en vrienden kunnen maken. Ook voor het welbevinden van de personeelsleden van de scholen is een veilige werkplek van groot belang.
    Het protocol is een uitwerking van het beleid zoals vastgelegd in de schoolgids en het leerlingstatuut, en bevat afspraken over geweld, intimideren, pesten, schelden, drugs, vernieling, diefstal, wapenbezit, vuurwerk en schoolverzuim. Het protocol geeft tevens aan welke stappen moeten worden gezet bij het afhandelen van grensoverschrijdend gedrag.
    Naast het stappenplan wordt in het protocol aan onderwijsinstellingen een richtlijn geboden met betrekking tot de inschakeling van politie, GGD, Bureau Jeugdzorg, de afdeling leerplicht of andere relevante organisaties.

    Inleiding

    Om het pedagogisch leefklimaat en daarmee ook de onderwijskansen binnen de onderwijsinstelling te beschermen en te bevorderen, heeft de onderwijsinstelling gedragsregels opgesteld en neergelegd in de schoolregels (deze staan vermeld in de schoolgids en leerlingreglement en zijn op te vragen bij de administratie). Het gaat hierbij om geboden en verboden gedragingen. Daar waar sprake is van verboden gedragingen door leerlingen dient de onderwijsinstelling consequent en adequaat te reageren.
    Het stappenplan voor de school heeft te maken met de ernst van de overtreding of de frequentie daarvan. Naast het stappenplan wordt in het protocol aan de onderwijsinstelling een richtlijn geboden met betrekking tot de inschakeling van politie, de vertrouwenspersoon van de GGD of de afdeling leerplicht.

    Het protocol is opgesteld ten aanzien van de volgende gedragingen:

    1. Fysieke agressie en intimidatie
    2. Verbale agressie en intimidatie, ernstige belediging en discriminatie, elektronische agressie
    3. Drugsbezit, -handel en -gebruik / alcoholgebruik en -bezit
    4. Vernieling
    5. Wapenbezit
    6. Diefstal
    7. Vuurwerkbezit en -handel
    8. Seksuele intimidatie
    9. Schoolverzuim

    Na het protocol volgt een toelichting waarin een algemene handelwijze van de school wordt
    weergegeven wanneer zij met grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van bovenstaande
    gedragingen van leerlingen te maken krijgt.

    Stappenplan School

    Bij het signaleren van een incident zet de school de volgende stappen

    A. Inschatting van de situatie

    Aantal vragen

    • Wat is er gebeurd; wie is er bij betrokken; wanneer is het gebeurd?
    • Is dit gedrag of vergelijkend ander gedrag bij deze jongere vaker voorgekomen?
    • Wat is de ernst van het grensoverschrijdend gedrag?
    • Handelt het om leerlingen van de eigen school of dienen andere scholen ingeschakeld te worden?
    • Handelt de school de situatie zelfstandig af?
    • Dient ook de politie in kennis te worden gesteld? In het protocol kan de school nagaan of het gedrag gemeld moet worden bij de politie, dus anders gezegd, is er sprake van wetovertredend gedrag?
    • Dient de politiecontactfunctionaris op de hoogte te worden gesteld of om advies worden gevraagd?
    • Consultatie andere hulpverlenende instellingen

    B. School handelt als volgt (gefaseerd, afhankelijk van de situatie)

    1. Gesprek met dader en medewerker van de school
    2. Gesprek slachtoffer/benadeelde en medewerker van de school
    3. Gesprek met ouders/verzorgers
    4. Vervolggesprek school, dader, slachtoffer/benadeelde en ouders/verzorgers
    5. Zo nodig wordt de leerling (dader en slachtoffer/benadeelde) verwezen naar een hulpverleningsinstantie.
    6. Bedenktijd (over vervolg t.a.v. schorsing, terugkeer, bemiddeling, verwijdering)
    7. Schorsing
    8. Verwijdering

    Indien het om gedragingen gaat die ook door de wet om een reactie van politie/justitie vragen, wordt de politie in kennis wordt gesteld.

    C. Rol van de Politie (gefaseerd, afhankelijk van de situatie)

    Informeren
    Adviseren
    Onderzoeken
    Gezinsgerichte aanpak
    Wijkgerichte aanpak

    Uitwerking stappenplan

    Afhankelijk van de situatie wordt door de school een keus gemaakt welke stap gezet wordt. Een situatie kan namelijk dermate ernstig zijn dat de school direct overgaat tot de sanctionerende ronde en/of inschakelen van politie (d.m.v. de vaste contactpersoon bij de politie.)

    1. Gesprek leerling – medewerker school.

    In de preventieve, oftewel ongesanctioneerde, ronde zal getracht worden de leerling door middel van gesprekken te bewegen om zijn/haar gedrag te verbeteren. Daarbij zal aandacht worden geschonken aan eventuele individuele problemen van de leerling die mogelijk verband houden met zijn/haar ongewenst gedrag. Zo nodig wordt de leerling verwezen naar een hulpverleningsinstantie.
    Van het grensoverschrijdend gedrag wordt schriftelijk verslag bijgehouden. Dit geldt tevens voor de meldingen van slachtoffers. (Eventueel wordt de politiecontactfunctionaris op de hoogte gesteld of om advies gevraagd. Indien uit het protocol blijkt dat het om een gedraging gaat waarbij de wet wordt overtreden, wordt de politie in kennis gesteld.)

    2. Gesprek school, ouders/verzorgers en leerling.

    De school behoudt zich het recht voor om ouders/verzorgers van leerlingen in te lichten over het gedrag van de leerling. In alle gevallen waarvan schriftelijk verslag wordt gemaakt worden de ouders in ieder geval geïnformeerd. De ouder/verzorger is daarmee op de hoogte van de stappen die de school zet t.a.v. het gedrag van de leerling.
    Bij herhaling van het gedrag zal een gesprek plaatsvinden tussen school, leerling en ouders/verzorgers.

    3. Vervolggesprek schoolleiding met leerling en ouders/verzorgers.

    Korte weergave in leerlingvolgsysteem. Afhankelijk van de problematiek wordt de hulpverlening of de politiecontactfunctionaris op de hoogte gesteld.

    4. Hulpverlening.

    De hulp, die scholen aan hun leerlingen kunnen aanbieden, staat beschreven in het zorgplan van de school. Tevens staat daarin beschreven op welke wijze hulp verkregen kan worden. Derhalve kunnen ouders en leerlingen zelf op school vragen hoe ze het beste kunnen handelen.

    5. Verantwoordelijkheid.

    De school draagt verantwoordelijkheid voor het opstellen van gedrags- en huisregels. Bij overtreding van deze regels past zij een sanctiestructuur toe. Deze regelgeving is opgenomen in de schoolgids, het schoolreglement en/of leerlingstatuut en is besproken met ouders en leerlingen (medezeggenschapsraad, ouderraad en/of leerlingenraad) Wanneer sprake is van overtreding van regelgeving voelt de school zich verantwoordelijk voor de leerling binnen het schoolgebouw, binnen schooltijd (is roostertijd) en binnen de tijd van huis naar school en terug.
    Ten aanzien van deze verantwoordelijkheid is geen strikte juridische regelgeving.

    Mogelijke sancties:

    Tegenover de ongewenste/verboden gedraging van de leerling wordt door de school een sanctie gezet. Tevens zal ook in deze periode aandacht zijn voor eventuele individuele problemen van de leerling die mogelijk verband houden met zijn/haar ongewenst gedrag. Zo nodig wordt de leerling verwezen naar een hulpverleningsinstantie. Bij stafbaar gedrag wordt altijd de politiecontactfunctionaris op de hoogte gesteld of om advies gevraagd. Indien blijkt dat het om een gedraging gaat die tevens door de wet gesanctioneerd dient te worden wordt de politie in kennis gesteld.

    6. Bemiddeling.

    Als na onderzoek de dader bekend is volgt sanctie. De sanctie kan als uitgangspunt hebben dat de schade geregeld wordt tussen de partijen.
    Regelmatig contact tussen school en ouders van dader en slachtoffer/benadeelde is van essentieel belang.
    Bij afhandeling en bemiddeling van een voorval kan de contactpersoon van de school een belangrijke rol spelen. Deze kan het slachtoffer/benadeelde wijzen op externe hulpverlening zoals Bureau Slachtofferhulp

    7. Bedenktijd.

    In deze fase kan de leerling gedurende een bepaalde tijd de toegang tot de lessen worden ontzegd (separeren uit de groep). De leerling blijft echter wel op school en werkt individueel aan schoolwerk. Deze tijd kan door de school worden benut om zich te kunnen bezinnen of beraden over eventuele volgende stappen. De ouders/verzorgers worden terstond (telefonisch en/of schriftelijk) op de hoogte gesteld van deze maatregel. Op deze maatregel is een uitzondering: de leerling mag wel deelnemen aan toetsen, schoolonderzoeken en examens. Melding in leerlingvolgsysteem.

    8. Schorsing.

    In deze fase wordt de leerling formeel voor de duur van één tot maximaal vijf dagen geschorst. Hiervan wordt melding gemaakt in het leerlingvolgsysteem. De onderwijsinstelling meldt de schorsing (inclusief verantwoording en voorgeschiedenis) schriftelijk aan:

    • de onderwijsinspectie (indien schorsing langer is dan één dag);
    • de leerplichtambtenaar (b.v. d.m.v. het toesturen van de kopie van de brief die aan de ouders is gestuurd);
    • de ouders/verzorgers en de leerling worden schriftelijk en mondeling op de hoogte gebracht, zij worden tevens uitgenodigd voor een gesprek;
    • afhankelijk van het voorval en het gedrag van de betreffende leerling wordt in verband met risico op schooluitval het zorgteam op de hoogte gebracht.

    9. Terugkeer.

    Na schorsing van de dader en na afwezigheid van slachtoffer/benadeelde wordt terugkeer begeleid door de contactpersonen van de school en betrokkenen (b.v. ouders, politie, Slachtofferhulp). Binnen de school en in de klas zal hiervoor tijd moeten worden genomen.

    9a. Doorverwijzing

    Na de terugkeer kan blijken dat het gebeurde een dermate grote impact heeft gehad op de leerling zelf, de medeleerlingen of het gehele schoolgebeuren dat in overleg met de ouders en begeleiders geadviseerd kan worden een kind (op kortere of middellange termijn) over te plaatsen naar een andere school.

    10. Verwijdering.

    Dit is de laatste stap in het sanctiemodel. De leerling wordt niet meer toegelaten tot de onderwijsinstelling. Het bevoegd gezag/schoolbestuur neemt het besluit of er wordt overgegaan tot definitieve verwijdering.
    Schoolbestuur stelt de inspectie schriftelijk in kennis. De ouders/verzorgers en de leerling worden schriftelijk in kennis gesteld van (voorgenomen) verwijdering/doorverwijzing.
    De onderwijsinstelling is verplicht de inspanning te leveren om in 8 weken tijd de leerling bij een andere onderwijsinstelling onder te brengen. De school moet kunnen aantonen dat zij gedurende 8 weken actief op zoek is geweest naar een oplossing. De leerplichtambtenaar wordt direct in kennis gesteld van de verwijdering en de opgestarte procedure. Hij of zij kan de school adviseren en helpen bij het vinden van oplossingen voor de betreffende leerling. Indien een school een leerling wil verwijderen en wil onderbrengen bij een reguliere school, heeft deze laatste een inspanningsverplichting de mogelijkheid te bezien de verwijderde leerling van de andere school op te nemen. Hiertoe zijn tussen de scholen die ressorteren onder het bestuur van de Willibrord Stichting afspraken gemaakt. De school verschaft relevante informatie aan de andere school t.a.v. de voorgeschiedenis van de leerling

    Politie inschakelen

    Indien er sprake is van een door de onderwijsinstelling verboden gedraging waarbij tevens de wet wordt overtreden zal in principe de politie worden ingeschakeld. Het inschakelen van de politie geschiedt door de schoolleiding (of namens de schoolleiding). In principe wordt de politie pas ingeschakeld nadat de ouders/verzorgers van de leerling zijn geïnformeerd. Ook worden wanneer er sprake is van een slachtoffer, de ouders/verzorgers van het slachtoffer op de hoogte gesteld.
    Indien de gedraging of de omstandigheden vereisen dat direct politieoptreden noodzakelijk is worden de ouders/verzorgers ten spoedigste achteraf op de hoogte gebracht.

    1. Fysieke agressie

    Algemene definitie:
    Onder fysieke agressie wordt verstaan het uitoefenen van enig feitelijk geweld op het lichaam van een ander. Dus ook de goedbedoelde tik kan hieronder worden verstaan.

    Juridische definitie:
    Eenvoudige Mishandeling (art. 300 WvS)

    Opzettelijk pijn of letsel veroorzaken (onder opzet valt ook het mogelijkheidsbewustzijn). Onder pijn wordt mede verstaan een min of meer hevig onaangename lichamelijke gewaarwording (b.v. een flinke klap). Aan mishandeling wordt opzettelijke benadeling van de gezondheid gelijkgesteld (b.v. opzettelijk bedorven etenswaren verstrekken).

    Zware Mishandeling (art. 302 WvS) Idem, met voorbedachte rade (art. 303 WvS)
    Het opzettelijk (mogelijkheidsbewustzijn), al dan niet met voorbedachte rade, toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De opzet is gericht op het toebrengen van zwaar letsel (bijv.botbreuken).

    Vechterij (art. 306 WvS)
    Het opzettelijk deelnemen aan een aanval (initiatief gaat uit van partij) of vechterij (initiatief gaat uit van beide of nog meer partijen) waarin onderscheiden personen zijn gewikkeld (minstens 3).

    Openlijke geweldpleging (art. 141 WvS)
    Er wordt geweld gepleegd door meer mensen tezamen tegen personen of goederen. Er moeten minimaal twee daders zijn die gezamenlijk (verenigd) het geweld uitoefenen. Bovendien moet het geweld openlijk, onverholen en niet heimelijk zijn, dus plaatsvinden op een plaats waar publiek aanwezig is dan wel doorgaans aanwezig is.

    Toelichting
    Indien het uitgeoefende geweld in geval van eenvoudige mishandeling niet bestaat uit een meer dan geringe lichamelijke kracht van enige betekenis, (bijv. klap mat vlakke hand op rug o.i.d.) verdient het de voorkeur dat de onderwijsinstelling zelf op deze gedraging reageert. Is er sprake van meer dan geringe lichamelijke kracht van enige betekenis (bijv. compleet in elkaar trappen van slachtoffer), letsel structureel agressief gedrag door een dader of als er sprake is van groepsoptreden dan zal ook de politie moeten worden gewaarschuwd. Bedenk dat fysiek geweld veelal dient om een ander naar zijn hand te zetten (te onderwerpen) en daarmee zijn eigen positie te versterken binnen een groep. Het kan een inleiding zijn voor intimidatie (zie verbale agressie). Afgezien van fysieke gevolgen (pijn/letsel) en aantasting van persoonlijke vrijheden komt een slachtoffer vrijwel zeker onder zware psychische druk te staan. Deze vorm van agressie kan dan ook NOOIT getolereerd worden.

    Fysieke agressie
    Slachtoffers van geweld zijn vaak bang om melding te doen van dit geweld. Angst voor represailles houdt hen tegen. Isolement dreigt en uitval in het onderwijs ligt op de loer. Toch is voor strafrechtelijke aanpak meestal een aangifte nodig. Een duidelijke stellingname van de onderwijsinstelling is hier essentieel. Het slachtoffer moet zich gesteund en gesterkt voelen door de schoolleiding die een duidelijk en krachtig signaal af zal moeten geven in de richting van de dader (repressief) en omgeving (preventief). Ondersteuning bij het doen van aangifte is wenselijk, evenals het bewegen van getuigen tot het afleggen van een verklaring.

    Maatregelen onderwijsinstelling

    • Inschatten van de situatie en daarmee keuze bepalen wel of niet politie in te schakelen.

    Primair, indien er sprake is van een situatie die de school zelf afhandelt

    • Toepassen sanctiestructuur;
    • Politiecontactfunctionaris op de hoogte stellen, enz.

    Secundair, indien er sprake is van een in de toelichting genoemde situatie

    • Ouders van dader en slachtoffer worden geïnformeerd;
    • Met inachtneming van het in de toelichting gestelde en indien aan de juridische definitie wordt voldaan, wordt de politie in kennis gesteld;
    • Alle relevante informatie i.v.m. feiten en personen wordt aan de politie doorgegeven;
    • Het slachtoffer wordt ondersteund bij het doen van aangifte.

    Maatregelen politie

    • De zaak wordt in onderzoek genomen in overleg met Openbaar Ministerie.
    • Tegen de verdachte kan proces-verbaal worden opgemaakt (gezien het ernstige karakter van deze delicten is Halt-verwijzing niet mogelijk, met uitzondering van vernieling of openlijk geweld tegen goederen).
    • Ouders dader en slachtoffer worden geïnformeerd.

    Hulpmogelijkheden

    • Advies- en Meldpunt kindermishandeling
    • Bureau Slachtofferhulp
    • Bureau Jeugdzorg

    2. Verbale agressie

    Algemene definitie:
    Onder verbale agressie wordt verstaan het verbaal of schriftelijk bedreigen, discrimineren, intimideren, ernstig beledigen of uitschelden van een persoon. We spreken over pesten wanneer één of meerdere leerlingen langdurig verbaal of fysiek geweld uitoefenen tegen een medeleerling. Pesten kan verbaal of fysiek zijn, maar kan ook betekenen dat iemand wordt genegeerd of buitengesloten. Pesten is een fenomeen dat door de school duidelijk zal moeten worden herkend. De gevolgen voor het slachtoffer nu en op latere leeftijdkunnen desastreus zijn. Dit geld voor zowel slachtoffer als pester.

    Juridische definitie:
    Bedreiging met (art. 285 WvS)

    • openlijk geweld met verenigde krachten tegen personen of goederen;
    • enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen in gevaar wordt gebracht;
    • verkrachting;
    • feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
    • enig misdrijf tegen het leven gericht;
    • gijzeling;
    • mishandeling;
    • brandstichting.

    Intimidatie (art. 284 WvS)
    Een ander door geweld of enige andere feitelijkheid of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid, gericht hetzij tegen die ander hetzij tegen derden, wederrechtelijk dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden. Een ander door bedreiging met smaad of smaadschrift dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden.

    Smaad en laster (art. 261 WvS)
    Opzettelijk iemands eer of goede naam aanranden tenlastelegging van een bepaald feit met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven (ook schriftelijk (smaadschrift)indien verspreid of openlijk tentoongesteld).

    Eenvoudige belediging (art. 266 WvS)
    Elke opzettelijke belediging die niet het karakter van smaad of smaadschrift draagt hetzij in het openbaar mondeling, bij geschrift of afbeelding aangedaan, hetzij in zijn tegenwoordigheid mondeling of door feitelijkheden, hetzij door een toegezonden of aangeboden geschrift of afbeelding aangedaan.

    Discriminatie (art.137c t/m f WvS)
    Het opzettelijk uitlaten over een groep mensen wegens hun ras, godsdienst of seksuele geaardheid, ook schriftelijk.

    Toelichting
    Indien verbaal geweld niet gepaard gaat met enige feitelijkheid (dus zonder middel dat de bedreiging/intimidatie kracht bij zet) en er geen sprake is van een structureel karakter, verdient het de voorkeur dat de onderwijsinstelling de gedraging zelf sanctioneert. Let op: verbale agressie is heel moeilijk bewijsbaar. Anderen, die het gehoord hebben, kunnen in dit geval een getuigenverklaring afleggen. Daarom verdient het aanbeveling dat de school dit zelf aanpakt. De politiecontactpersoon kan voor advies worden benaderd. Gaat het verbaal geweld wel gepaard met enige feitelijkheid die de bedreiging of intimidatie kracht bijzet, dan zal ook de politie moeten worden gewaarschuwd. Dit geldt ook als er sprake is van herhaling of structureel karakter.

    Verbale agressie
    Bedreiging/intimidatie dient vaak om een ander naar zijn hand te zetten of zijn wil op te leggen en daarmee zijn eigen positie te versterken binnen een groep. Afgezien van de aantasting van de persoonlijke vrijheden van het slachtoffer komt deze vrijwel zeker onder zware psychische druk te staan. Deze vorm van agressie kan dan ook nooit getolereerd worden.
    Slachtoffers van verbaal geweld zijn vaak bang om melding te doen van dit geweld. Angst voor represailles houdt hen tegen. Isolement dreigt en uitval in het onderwijs ligt op de loer. Toch is het voor strafrechtelijke aanpak vaak een aangifte nodig. Een duidelijke stellingname van de onderwijsinstelling is hier essentieel. Het slachtoffer moet zich gesteund en gesterkt voelen door de schoolleiding die een duidelijk en krachtig signaal af zal moeten geven in de richting van de dader (repressief) en aan de omgeving (preventief).
    Ondersteuning bij het doen van aangifte is wenselijk evenals het bewegen van getuigen tot het afleggen van een verklaring.

    Maatregelen onderwijsinstelling
    Ten aanzien van pesten heeft de school een preventieve aanpak. Dit is een meersporenaanpak met niet alleen een programma voor de leerlingen maar ook aandacht voor de rol die de ouders, docenten en overig personeel kunnen spelen bij het voorkomen van pesterijen. Probleemoplossende gesprekken worden in principe gevoerd door mentor. Indien deze gesprekken uiteindelijk niets opleveren komen sancties in beeld.
    Wanneer het om een strafrechtelijke aanpak gaat zal de school de situatie inschatten om daarna te bepalen wel of niet politie in te schakelen.

    Primair, indien er sprake is van een situatie die de school zelf afhandelt

    • Toepassen sanctiestructuur;
    • Eventueel de politiecontactfunctionaris op de hoogte stellen of om advies vragen.

    Secundair, indien er sprake is van een in de toelichting genoemde situatie

    • Ouders van dader en slachtoffer worden geïnformeerd.
    • Met inachtneming van het in de toelichting gestelde en indien aan de juridische definitie wordt voldaan, wordt de politie in kennis gesteld.
    • Alle relevante informatie i.v.m. feiten en personen wordt aan de politie doorgegeven.
    • Het slachtoffer wordt ondersteund bij het doen van aangifte.

    Maatregelen politie

    • Tegen verdachte kan proces-verbaal worden opgemaakt (gezien het ernstige karakter van deze delicten is HALT-verwijzing niet waarschijnlijk of niet mogelijk).
    • Ouders dader en slachtoffer worden geïnformeerd.

    Hulpmogelijkheden

    • Meldpunt discriminatie
    • Advies- en Meldpunt kindermishandeling
    • Bureau Slachtofferhulp
    • Bureau Jeugdzorg
    • GGD

    3. Drugsbezit, gebruik en handel en alcohol-gebruik en bezit

    Algemene definitie:
    Het voorhanden hebben van alcohol, drugs is niet toegestaan, evenals het voorhanden hebben van medicijnen welke niet aantoonbaar in het belang van de eigen gezondheid zijn. Deze moeten worden ingeleverd. Ook het handelen in / verstrekken van drugs of deze medicijnen is verboden. De school heeft dit als huisregel in het schoolreglement opgenomen.
    Hierin zijn sancties opgenomen, een ieder weet wat hem te wachten en te doen staat wanneer een regel overtreden wordt. Het reglement bevat regelgeving ten aanzien van roken, alcohol, cannabis en overige drugs.

    Juridische definitie:
    De bij de Wet verboden drugs en de gedragingen die met betrekking tot deze drugs verboden zijn, zijn gedefinieerd in de Opiumwet. Voor gebruik en bezit van alcohol geldt de drank en horeca wetgeving. Verder zijn de Warenwet (paddestoelen) en de Wet op geneesmiddelen van toepassing.

    Toelichting
    Wanneer door signalen of uit een gesprek blijkt dat een leerling onder invloed is, dan zal de school hierop moeten reageren. De leerling die onder invloed de lessen volgt, zal uit de les verwijderd moeten worden. Goede of slechte schoolprestaties zijn hierbij niet doorslaggevend. Enerzijds tast drugs- en alcoholgebruik/-bezit het leefklimaat binnen een school aan en anderzijds is het een directe bedreiging voor de onderwijsdoelstellingen. Het onderscheid tussen het voorhanden hebben van drugs voor eigen gebruik dan wel het voorhanden hebben van drugs bestemd voor de handel is moeilijk te trekken. Vandaar de volgende grenslijn: Indien jongeren cannabis voorhanden hebben en dit aan anderen uitdelen, al dan niet met winstbejag, wordt de politie ingeschakeld. Enerzijds om de drempel drugs te gebruiken hoog te houden en anderzijds om een duidelijk en goed te hanteren beleid te voeren. Minderjarigen mogen ook niet in het bezit zijn van softdrugs voor eigen gebruik. Immers coffeeshops mogen slechts aan meerderjarigen verkopen. Bij middelengebruik dan wel handel dan moet de grens op NUL gesteld worden, inhoudende dat harddrugs in het geheel niet getolereerd worden. De onderwijsinstelling verbiedt het om alcohol, drugs of medicijnen die niet aantoonbaar door een arts zijn voorgeschreven binnen de schoolgebouwen of het terrein van de onderwijsinstelling te brengen. Ingeval de onderwijsinstelling kennis heeft dan wel een redelijk vermoeden heeft, dat een persoon drugs / medicijnen binnen een schoolgebouw of schoolterrein heeft gebracht of voorhanden of op andere wijze onder zich heeft, wordt deze persoon bewogen tot afgifte van deze goederen.
    De onderwijsinstelling geeft hiervoor GEEN schadevergoeding en is NIET aansprakelijk voor schade, in welke zin dan ook, welke voortvloeit uit deze maatregel. De onderwijsinstelling verbindt deze regel en maatregel als voorwaarde tot toelating tot schoolgebouw of schoolterrein. Dit wordt vooraf in het schoolreglement kenbaar gemaakt. Hiermee wordt intern rechtmatigheid van het handelen verkregen. Ingeleverde drugs en medicijnen worden ter vernietiging overgedragen aan de politie.

    Drugsbezit, -gebruik en -handel en alcoholgebruik en -bezit

    Maatregelen onderwijsinstelling
    Inschatten van de situatie en daarmee keuze bepalen wel of niet politie in te schakelen (zie toelichting).

    Primair:

    • Toepassen sanctiestructuur, zie reglement Gezonde School en Genotmiddelen.
    • Drugs afgeven aan de politiecontactfunctionaris.
    • Eventueel politiecontactfunctionaris op de hoogte stellen of om advies vragen (met name wanneer jongeren drugs op school uitdelen, al dan niet met winstbejag).
    • Bepalen welke instantie te betrekken bij hulpverlening, verwijzing en preventieactiviteiten.

    Secundair, indien er sprake is van een in de toelichting genoemde situatie:

    • Ouders van dader en slachtoffer worden geïnformeerd;
    • Met inachtneming van het in de toelichting gestelde en indien aan de juridische definitie wordt voldaan, wordt de politie ingeschakeld;
    • Alle relevante informatie i.v.m. feiten en personen wordt aan de politie doorgegeven.

    Maatregelen politie

    • Indien door de school wordt aangegeven dat contact wenselijk is b.v. t.b.v. informatie over verkooppunten wordt met de politiecontactfunctionaris contact gelegd.
    • Indien wordt gehandeld in strijd met de opiumwet wordt tegen de persoon procesverbaal opgemaakt.
    • Informeren ouders verdachte.

    Hulpmogelijkheden

    • Bureau Jeugdzorg
    • GGD

    4. Vernieling

    Algemene definitie:
    Vernieling, vandalisme.

    Juridische definitie:
    Vernieling (art. 350 WvS)
    Het opzettelijk en wederrechterlijk vernielen, beschadigen, onbruikbaar maken of wegmaken van een goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort. De dader moet dus de opzet (mogelijkheidsbewustzijn) hebben om genoemde vernieling te plegen en daarbij moet hij dat wederrechterlijk, dus zonder toestemming/instemming van de eigenaar, doen. Graffiti valt onder de werking van deze definitie. Immers: het herstellen van de schade brengt zodanige inspanning en kosten met zich mee dat van beschadiging kan worden gesproken.

    Openlijke Geweldpleging (art. 141 WvS)
    Het openlijk en met verenigde krachten geweld plegen tegen personen en goederen. Er moeten minimaal twee daders zijn die gezamenlijk (verenigd) het geweld uitoefenen. Bovendien moet het geweld openlijk, onverholen en niet heimelijk zijn, dus plaatsvinden op een plaats waar publiek aanwezig is dan wel doorgaans aanwezig is.

    Toelichting
    Vernieling is een uiting van het geen respect hebben voor andermans eigendommen. Vaak komt het voort uit een (algemeen) gevoel van onvrede met zijn eigen positie (afgunst/boosheid/vervelen) hetgeen zich dan uit in vernielen. Zeker als de vernieling zich richt op een specifiek (bewust gekozen) slachtoffer zal aandacht aan de achtergronden van de vernieling moeten worden besteed om herhaling of verergering van maatregelen tegen het slachtoffer te voorkomen.
    Ingeval van eenvoudige vernieling met niet meer dan geringe schade, waarbij schadevergoeding of schadeherstel kan worden bereikt, verdient het de voorkeur dat de onderwijsinstelling de gedragingen zelf sanctioneert conform de ontwikkelde sanctiestructuur. Indien het gaat om een vernieling van meer dan geringe omvang of schade, er sprake is van herhaling of groepsdelict of als schadevergoeding / schadeherstel niet kan worden bereikt, zal ook de politie in kennis worden gesteld.

    Vernieling
    Maatregelen onderwijsinstelling

    Inschatten van de situatie en daarmee keuze bepalen wel of niet politie in te schakelen (zie toelichting).

    Primair, indien er sprake is van een situatie die de school zelf afhandelt

    • Toepassen sanctiestructuur;
    • Bemiddeling in schadevergoeding of herstellen van de schade door de dader;
    • Eventueel politiecontactfunctionaris op de hoogte stellen of om advies vragen.

    Secundair, indien er sprake is van:

    • Een vernieling met meer dan geringe schade;
    • Vernieling door een groep leerlingen;
    • Getoonde onwilligheid met betrekking tot schadeherstel/schadevergoeding.
    • Ouders van dader en slachtoffer worden geïnformeerd;
    • Met inachtneming van het in de toelichting gestelde en indien aan de juridische definitiewordt voldaan, wordt de politie in kennis gesteld;
    • In schadevergoeding door ouders/verzorgers dader wordt bemiddeld;
    • Alle relevante informatie i.v.m. feiten en personen wordt aan de politie doorgegeven.
    • Het slachtoffer wordt, indien nodig, ondersteund bij het doen van aangifte.

    Maatregelen politie

    • Tegen de verdachte kan proces-verbaal worden opgemaakt;
    • Indien aan de criteria wordt voldaan wordt de verdachte naar HALT verwezen;
    • Ouders dader en slachtoffer worden geïnformeerd;
    • In schadevergoeding tussen (ouders) dader en slachtoffer wordt bemiddeld.

    Hulpmogelijkheden

    • Bureau Slachtofferhulp
    • Bureau Jeugdzorg
    • Bureau Halt
    • Politie

    5. Wapenbezit

    Algemene definitie:
    Het voorhanden hebben van voorwerpen die het karakter van een wapen dragen of die als wapen worden aangewend en waarvan het voorhanden hebben in verband met het volgen van onderwijs niet noodzakelijk is.

    Juridische definitie:
    De bij Wet verboden wapens en de gedragingen die met deze wapens verboden zijn, zijn gedefinieerd in de Wet Wapens en Munitie. Hier is geen korte juridische definitie voor te geven.

    Toelichting
    Veel onder jeugdigen circulerende wapens vallen niet onder de werking van de Wet Wapens en Munitie omdat ze qua afmeting of model net even iets anders zijn. Toch zijn veel van deze wapens daardoor niet minder gevaarlijk en daarmee onwenselijk. Immers, een stiletto waarvan het lemmet breder is dan 14 millimeter is net zo gevaarlijk als een (wettelijk verboden) stiletto met een lemmet dat minder dan 14 millimeter breed is. In het kader van het volgen van onderwijs is het bezit / voorhanden hebben van dergelijke wapens en voorwerpen niet alleen onnodig, maar tevens gevaarlijk en bedreigend voor het klimaat binnen een school.
    De onderwijsinstelling verbiedt het dan ook om voorwerpen die het karakter van een wapen dragen (stiletto’s, vlindermessen valmessen e.d.) alsmede voorwerpen die als wapen worden gehanteerd (wanneer bijvoorbeeld een schroevendraaier wordt gebruikt om mee te dreigen) in bezit te hebben of als wapen te hanteren. Ingeval de onderwijsinstelling kennis heeft, dan wel een redelijk vermoeden heeft dat een persoon een dergelijk wapen bezit of ziet dat een voorwerp als wapen wordt gehanteerd binnen het schoolgebouw of schoolterrein, zal de bezitter van het voorwerp worden bewogen tot afgifte.
    Vervolgens worden de wapens ter vernietiging aan de politie overgedragen. De onderwijsinstelling geeft hiervoor GEEN schadevergoeding en is NIET aansprakelijk voorschade in welke zin dan ook, welke voortvloeit uit deze maatregel.
    De onderwijsinstelling verbindt deze regel en maatregel als voorwaarde tot toelating tot het schoolgebouw of schoolterrein. Dit wordt vooraf in het schoolreglement kenbaar gemaakt. Hiermee wordt rechtmatigheid van handelen verkregen. Afgegeven wapens en bedoelde voorwerpen worden ter vernietiging overgedragen aan de politie.
    Indien het om wapens en gedragingen gaat die vallen onder de werking van de Wet Wapens en Munitie is politioneel optreden vereist. De politie wordt in kennis gesteld. De politiecontactfunctionaris kan om advies worden gevraagd of het gaat om een wettelijk verboden wapen.

    Wapenbezit

    Maatregelen onderwijsinstelling
    Inschatten van de situatie en daarmee keuze bepalen wel of niet politie in te schakelen (zie toelichting).

    Primair, indien er sprake is van een situatie die de school zelf afhandelt

    • Toepassen sanctiestructuur;
    • Ingeleverde wapens en voorwerpen afgeven aan de politiecontactfunctionaris;
    • Eventueel politiecontactfunctionaris op de hoogte stellen en/of om advies vragen.

    Secundair, indien er sprake is van een in de toelichting genoemde situatie

    • Ouders van dader en slachtoffer worden geïnformeerd;
    • Met inachtneming van het in de toelichting gestelde en indien aan de juridische definitie wordt voldaan, wordt de politie in kennis gesteld;
    • Alle relevante informatie i.v.m. feiten en personen wordt aan de politie doorgegeven.

    Maatregelen politie

    • Tegen de verdachte kan proces-verbaal worden opgemaakt;
    • Ouders verdachte worden geïnformeerd.

    Hulpmogelijkheden

    • Bureau Slachtofferhulp
    • Steunpunt huiselijk en seksueel geweld
    • Bureau Jeugdzorg
    • Politie

    6. Diefstal

    Algemene definitie:
    Stelen, roven.

    Juridische definitie:
    Eenvoudige Diefstal (art. 310 WvS)
    Enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegnemen met het oogmerk het wederrechterlijk toe te eigenen. Het doel van het wegnemen moet het zich toe-eigenen zijn; om er als heer en meester over te gaan beschikken. Het verkopen van een goed, valt onder het als heer en meester beschikken.

    Gekwalificeerde Diefstal (art. 311 WvS)

    • idem 310 Sr, bij gelegenheid van brand, ontploffing;
    • idem 310 Sr, gepleegd door twee of meer verenigde personen;
    • idem 310 Sr, indien de dader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking of inklimming, van valse sleutels, van een valse order of vals kostuum.

    Diefstal met geweld (art. 312 WvS)

    • idem 310/311 Sr indien voorafgegaan door, vergezeld van of gevolgd door geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om de diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om bij betrapping op heterdaad de vlucht mogelijk te maken van zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

    Afpersing (art. 317 WvS)
    Met het doel zichzelf of een ander te bevoordelen, iemand door geweld of bedreiging met geweld dwingen tot het afgeven van enig goed dat geheel of ten dele aan diegene of een derde toebehoort

    Afdreiging (art. 318 WvS)

    • idem 317 Sr. met dien verstande dat het dreigmiddel geen geweld is maar smaad, smaadschrift of openbaring van een geheim.

    Handel en Heling (art. 416 en 417 bis WvS)
    Opzet- dan wel schuldheling: Het kopen, krijgen of voor handen hebben van gestolen of illegale goederen, b.v. het te koop aanbieden of kopen van bromfietsonderdelen, autoradio s, vuurwerk, kleding, cd s e.d. dat vermoed kan worden dat die goederen gestolen of illegaal te koop worden aangeboden.

    Toelichting
    Ingeval van een incidentele kleine diefstal, waarbij geen kwalificaties als bedoeld in 311/312/317/318 Sr voorkomen en waarbij de schadevergoeding of teruggave van het gestolen goed kan worden bereikt, verdient het de voorkeur dat de onderwijsinstelling de gedragingen zelf sanctioneert. Indien het gaat om herhaling of om een goed met meer dan geringe waarde of indien wordt voldaan aan een van de kwalificaties genoemd in de artikelen 311/312/317/318 Sr., dan wel als schadevergoeding of teruggave niet mogelijk is, dan zal de onderwijsinstelling naast de te nemen schoolmaatregelen ook de politie in kennis stellen.

    Diefstal
    Maatregelen onderwijsinstelling
    Inschatten van de situatie en daarmee keuze bepalen wel of niet politie in te schakelen (zie toelichting).

    Primair, indien er sprake is van een situatie die de school zelf afhandelt

    • Toepassen sanctiestructuur;
    • Bemiddeling in teruggave of schadevergoeding gestolen goed.

    Secundair, indien er sprake is van een in de toelichting genoemde situatie

    • Ouders van dader en slachtoffer worden geïnformeerd;
    • Met inachtneming van het in de toelichting gestelde en indien aan de juridische definitie wordt voldaan, wordt de politie in kennis gesteld;
    • Alle relevante informatie i.v.m. feiten en personen wordt aan de politie doorgegeven;
    • Het slachtoffer wordt, indien nodig, ondersteund bij het doen van aangifte.

    Maatregelen politie

    • Tegen de verdachte kan proces-verbaal worden opgemaakt.
    • Indien aan criteria voldaan wordt, wordt de verdachte naar HALT verwezen.
    • In teruggave of schadevergoeding gestolen goed wordt bemiddeld.
    • Ouders dader en slachtoffer worden geïnformeerd.

    Hulpmogelijkheden

    • Bureau Slachtofferhulp
    • Bureau Jeugdzorg
    • Bureau Halt
    • Politie

    7. Vuurwerkbezit en -handel

    Algemene definitie:
    Het voorhanden hebben van en / of handelen in vuurwerk

    Juridische definitie:
    Het voorhanden hebben van en / of handelen in vuurwerk buiten de daartoe aangewezen periode, als ook het voorhanden hebben van of handelen in verboden vuurwerk ongeacht de periode.

    Toelichting
    Vuurwerk hoeft op zich niet gevaarlijk te zijn, mits het gaat om goedgekeurd vuurwerk en als het op voorgeschreven wijze wordt afgestoken. Bij het afsteken van vuurwerk in of nabij mensenverzamelingen (zoals op schoolpleinen) is echter reëel gevaar voor (ernstig) letsel aanwezig. Zeker als het afsteken ervan een spelelement wordt. Ontploffend vuurwerk veroorzaakt doorgaans onrust onder mensen hetgeen tot irritatie of agressie kan leiden.
    Daarnaast veroorzaakt ontploffend vuurwerk doorgaans een zodanige geluidsoverlast dat, als dit plaatsvindt in de nabijheid van een school, het geven en ontvangen van onderwijs ernstig belemmerd wordt.
    De onderwijsinstelling verbiedt het dan ook om vuurwerk binnen de schoolgebouwen of op het terrein van de onderwijsinstelling te brengen. Ingeval de onderwijsinstelling kennis, dan wel een redelijk vermoeden heeft, dat een persoon vuurwerk binnen een schoolgebouw of schoolterrein heeft gebracht, of voorhanden heeft of op andere wijze onder zich heeft, zal verzocht worden dit vuurwerk in te leveren. Vervolgens wordt het vuurwerk ter vernietiging aan de politie overgedragen.
    De onderwijsinstelling geeft hiervoor GEEN schadevergoeding en is NIET aansprakelijk voor schade in welke zin dan ook, welke voortvloeit uit deze maatregel. De onderwijsinstelling verbindt deze regel en maatregel als voorwaarde tot toelating tot schoolgebouw of schoolterrein. Dit wordt in het schoolreglement kenbaar gemaakt. Hiermee wordt rechtmatigheid van het handelen verkregen. Indien het gaat om verboden vuurwerk (altijd) of om meer dan een zeer geringe hoeveelheid vuurwerk, of om handel in vuurwerk buiten de daartoe toegestane periode dan zal de onderwijsinstelling ook de politie in kennis stellen. De politiecontactfunctionaris kan om advies worden gevraagd of het gaat om een wetsovertreding en of aangifte wenselijk is.

    Vuurwerkbezit en -handel

    Maatregelen onderwijsinstelling
    Inschatten van de situatie en daarmee keuze bepalen wel of niet politie in te schakelen (zie toelichting).

    Primair, indien er sprake is van een situatie die de school zelf afhandelt

    • Toepassen sanctiestructuur
    • Ingeleverd vuurwerk afgeven aan de politiecontactfunctionaris
    • Eventueel politiecontactfunctionaris op de hoogte stellen en / of om advies vragen.

    Secundair, indien er sprake is van

    • Verboden vuurwerk (strijkers e.d.)
    • Bezit buiten de toegestane periode, van een meer dan geringe hoeveelheid vuurwerk
    • Handel in vuurwerk
    • Afsteken van vuurwerk buiten de toegestane periode
    • Ouders van dader en slachtoffer worden geïnformeerd
    • Met inachtneming van het in de toelichting gestelde en indien aan de juridische definitie wordt voldaan, wordt de politie in kennis gesteld
    • Alle relevante informatie i.v.m. feiten en personen wordt aan de politie doorgegeven

    Maatregelen politie

    • Tegen de verdachte kan proces-verbaal worden opgemaakt.
    • Indien aan criteria wordt voldaan wordt naar HALT verwezen.
    • Ouders/verzorgers verdachte worden geïnformeerd.

    Hulpmogelijkheden

    • Bureau Halt
    • Politie

    8. Seksuele intimidatie

    Algemene definitie:
    Ongewenste seksueel getinte aandacht in de vorm van verbaal, fysiek of non-verbaal gedrag dat door degene die hiermee geconfronteerd wordt als onaangenaam wordt ervaren. (Dit gedrag vindt plaats binnen of in samenhang met de onderwijssituatie en kan zowel opzettelijk als onopzettelijk zijn).
    Wanneer er sprake is van seksueel misbruik door een medewerker van de onderwijsinstelling is gaat het om een zedenmisdrijf. Bij een zedenmisdrijf geldt een aangifte- en meldplicht. Deze wettelijke aangifte en meldplicht is beperkt tot seksueel misbruik van leerlingen die op het moment van het misbruik jonger zijn dan achttien jaar. Zie hiervoor de Regeling Seksueel misbruik en Seksuele intimidatie in het onderwijs (uitg. Ministerie OC en W sept. 99)

    Toelichting
    Onderwijsinstellingen zijn verplicht een veilig leer- en werkklimaat te creëren voor leerlingen en personeelsleden. Seksuele intimidatie komt op alle schooltypes voor. De seksuele intimidatie is vaak een kwestie van machtsverschil tussen leraren en leerlingen, tussen mannen en vrouwen.

    Seksuele intimidatie kan zich bij verschillende partijen in de schoolsituatie voordoen:

    • leerling – leerling
    • personeel – leerling
    • leerling – personeel
    • personeel – personeel (dit wordt in dit protocol buiten beschouwing gelaten).

    Het ondergaan van seksuele intimidatie heeft vaak nadelige gevolgen voor betrokkene. Voor leerlingen kan dit een aanleiding zijn een ander vak te kiezen of van school te gaan.Schoolverzuim en slechte leerprestaties kunnen het gevolg zijn. Ook kunnen zij later psychische en/of emotionele schade ondervinden. Seksuele intimidatie kan een heel scala van handelingen (fysiek) omvatten zoals: knuffelen, zoenen, op schoot nemen, handtastelijkheden, weg versperren, tegenaan gaan staan, moedwillig botsen.
    Echter, het kan ook verbaal geuit worden zoals: aanspreekvorm, seksueel getinte opmerkingen, dubbelzinnigheden, seksueel getinte grappen schuine moppen, stoere verhalen rond seksuele prestaties, opmerkingen over uiterlijk en kleding, vragen naar seksuele ervaringen, uitnodigingen met bijbedoelingen, afspraakjes willen maken, uitnodiging tot seksueel contact, bedreigingen.
    Tevens kan de intimidatie ook in de vorm van non-verbaal gedrag geuit worden zoals: staren, gluren, lonken, knipogen, in kleding gluren, seksueel getinte cadeautjes. Alleen degene die last heeft van seksuele intimidatie kan een klacht indienen, al dan niet met hulp van de contactpersoon in de school of via de vertrouwenspersoon bij de klachtencommissie of het bevoegd gezag.

    Seksuele intimidatie
    Maatregelen onderwijsinstelling

    • De contactpersoon van de school schat in of de vertrouwenspersoon moet worden ingeschakeld.
    • Er is een vertrouwenspersoon aangesteld Hij/zij is eerste aanspreekpunt bij vragen of klachten. De aanwezigheid van een contactpersoon is bekend gemaakt bij schoolpersoneel, leerlingen en ouders/verzorgers.
    • De vertrouwenspersoon werkt op basis van de klachtenregeling (swp 1680)
    • Indien sprake van seksuele intimidatie worden altijd de ouders van het slachtoffer, na overleg met de vertrouwenspersoon, en de dader (indien sprake is van een leerling) op de hoogte gesteld.
    • Door de school wordt aan het schoolpersoneel, leerlingen en ouders/verzorgers informatie verschaft over hoe op school wordt omgegaan met seksuele intimidatie, welke mogelijkheden er zijn om een klacht in te dienen. Tevens zet de school zich in om preventieve activiteiten en maatregelen uit te voeren.

    Maatregelen politie

    • Indien door het slachtoffer officieel een klacht wordt ingediend bij de politie kan hier de procedure in gang worden gezet. Deze procedure gaat via de politie, OM en de rechtbank.

    Hulpmogelijkheden

    • Advies- en Meldpunt kindermishandeling
    • Bureau Slachtofferhulp
    • Bureau Jeugdzorg
    • Politie

    9. Schoolverzuim

    Algemene definitie:
    Er zijn twee soorten schoolverzuim te onderscheiden:

    Absoluut schoolverzuim
    Een leerplichtige jongere staat niet bij een school/onderwijsinstelling ingeschreven.

    Relatief schoolverzuim
    Een leerplichtige jongere staat wel ingeschreven bij een school/onderwijsinstelling, maar deze wordt ongeoorloofd gedurende een lange of korte periode niet bezocht.

    Juridische definitie (Herziene leerplichtwet 1969)
    art. 19: controle absoluut schoolverzuim door burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders controleren of jongeren, die als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens zijn ingeschreven en nog leerplichtig of partieel leerplichtig zijn, overeenkomstig de bepalingen van deze wet als leerling zijn ingeschreven.
    art. 21: kennisgeving relatief schoolverzuim. Indien een ingeschreven leerling van een school t.a.v. wie deze wet van toepassing is, zonder geldige reden les- of praktijktijd heeft verzuimd en dit verzuim plaatsvond op drie achtereenvolgende schooldagen, dan wel het verzuim gedurende een periode van vier opeenvolgende lesweken meer dan 1/8 van het aantal les of praktijktijd bedraagt, geeft het hoofd van de school hiervan onverwijld kennis aan burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerling woon- o fverblijfplaats heeft.

    Toelichting
    Relatief schoolverzuim wordt onderverdeeld in:

    Luxe verzuim
    Leerplichtige jongeren worden thuisgehouden of blijven zelf thuis uit luxe overwegingen zoals een vakantie met het gezin of een feest. (NB vakantieverlof is alleen mogelijk wanneer met eenwerkgeversverklaring van één van de ouders aangetoond kan worden dat binnen de reguliere schoolvakanties geen gezamenlijke gezinsvakantie van twee weken mogelijk is.)

    Signaal verzuim
    Het schoolverzuim is een signaal dat er sprake is van dieperliggende problemen. Bijvoorbeeld problemen in de gezinssituatie, faalangst, het zich niet welbevinden op school, niet kunnen omgaan met conflictsituaties etc.
    In dit verband gaat het met name om het signaalverzuim. Signaalverzuim kan leiden tot voortijdige schooluitval. Wanneer de school leerplichtzaken op de hoogte stelt van het signaalverzuim zal de leerplichtambtenaar de ouders/verzorgers en de jongere wijzen op hun wettelijke verplichting onderwijs te volgen. Daarnaast is het van groot belang aandacht te besteden aan de achterliggende gronden van het verzuim en te zoeken naar een passende oplossing, indien mogelijk samen met school, ouders/verzorgers en de jongere. Eventueel (en indien van toepassing) kan het zorgteam worden ingeschakeld. Hoe eerder er aandacht is voor de achterliggende problemen van het schoolverzuim hoe groter de kans is dat herhaling van verzuim of zelfs uitval van de jongere te voorkomen is.
    Daarnaast kennen sommige scholen een verfijning op de regeling waar het te laat komen betreft. Ook het te laat verschijnen in de lessen is een vorm van ongeoorloofd schoolverzuim.

    Schoolverzuim
    Maatregelen onderwijsinstelling

    • Directies van scholen geven aan de leerplichtambtenaar van de woon- of verblijfplaats van de jongere binnen 7 dagen kennis van in- en afschrijvingen van leerplichtige jongeren. Dit om absoluut schoolverzuim te kunnen controleren.
    • Directies van scholen zijn verplicht om de leerplichtambtenaar van de woon- of verblijfplaats van de jongere in kennis te stellen van (vermoedelijk) ongeoorloofd schoolverzuim (art.21). Voor deze melding wordt het formulier ‘kennisgeving vermoedelijk ongeoorloofd schoolverzuim’ gebruikt. Wettelijk verplicht is melden van verzuim van drie achtereenvolgende schooldagen of gedurende een periode van vier opeenvolgende lesweken meer dan een achtste deel van het aantal uren les of praktijktijd. Ook herhaaldelijk kortdurend verzuim dat structureel dreigt te worden kan gemeld worden bij de leerplichtambtenaar.
    • Van de school wordt verwacht dat zij een sluitende verzuimregistratie voeren en in hun schoolplan aangeven hoe de verzuimregistratie is georganiseerd.
    • Van scholen wordt verwacht zorg en aandacht te besteden aan de leerling bij schoolverzuim.
    • Vanuit school kan naast melding bij leerplichtzaken de situatie van een leerling ingebracht worden in het zorgteam van de school. Dit is raadzaam als er problematiek op meerdere levensterreinen aan het verzuim ten grondslag lijken te liggen en deze problematiek de interne zorgstructuur van de school overstijgt.

    Maatregelen leerplichtambtenaar

    • De leerplichtambtenaar houdt toezicht op de naleving van de leerplichtwet 1969 om het recht op onderwijs voor iedere jongere te bewaken. Als blijkt dat een (partieel) leerplichtige jongere niet staat ingeschreven bij een school of indien een kennisgeving van (vermoedelijk) ongeoorloofd schoolverzuim is ontvangen, stelt de leerplichtambtenaar een onderzoek in en hoort daarbij de betrokkene van de school.
    • De leerplichtambtenaar hoort de voor de jongere verantwoordelijke personen en de jongere zelf en tracht hen ertoe te bewegen hun verplichtingen na te komen. Blijkt aan de ambtenaar dat de voor de jongere verantwoordelijke personen of de jongere zelf weigeren de jongere in te laten schrijven bij een school of zij willens en wetens geen zorg dragen voor geregeld schoolbezoek, dan zal zij aangifte doen aan de officier van justitie in de vorm van een proces-verbaal.
    • In de toelichting van de herziene Leerplichtwet 1969 wordt krachtig benadrukt dat het toezicht houden het karakter zou moeten dragen van maatschappelijke zorg. De leerplichtambtenaar zal in haar onderzoek aandacht hebben voor achterliggende problematiek van het verzuim en door middel van advies bemiddeling en verwijzing trachten het schoolverzuim te beëindigen.

    Maatregelen van het Openbaar Ministerie
    Het Openbaar Ministerie heeft de aanpak van de handhaving van de Leerplichtwet verscherpt omdat zij een duidelijke relatie legt tussen jeugdcriminaliteit en schoolverzuim.
    Justitie streeft naar afhandeling van de strafzaken binnen een termijn van drie maanden. In voorkomende gevallen maakt der leerplichtambtenaar onverwijld proces-verbaal op en stuurt dit in naar de officier van Justitie. Er vindt overleg plaats tussen de leerplichtambtenaren, de Raad voor de Kinderbescherming en de Jeugdofficier van Justitie.

    Voortijdig schoolverlaten
    Hoofddoel het voorkomen en terugdringen van het aantal voortijdig schoolverlaters Het middel is een sluitend systeem van melding, registratie en doorverwijzing van de individuele schoolverlater.
    Definitie van een voortijdig schoolverlater: iemand die in de leeftijd van 12 tot 23 jaar gedurende twee maanden geen school bezoekt of het onderwijs verlaat zonder diploma van een opleiding zonder startkwalificatie.

    Een startkwalificatie is behaald wanneer:
    – een diploma HAVO/VWO is behaald;
    – minimaal een diploma is behaald op niveau basisberoepsopleiding (niveau 2) van de nieuw kwalificatiestructuur secundair beroepsonderwijs. Dit niveau kan bereikt worden via de beroepsbegeleidende of de beroepsopleidende leerweg.

    Hulpmogelijkheden

    • Gemeente Utrecht afdeling leerplichtzaken
    • Bureau Jeugdzorg
    • Bureau Halt
    • Politie
    • GGD
  • Het verslag voor de Van Asch van Wijckskade 20 kan HIER gedownload worden.

    Het verslag voor de Nobeldwarsstraat 9 kan HIER gedownload worden.

  • Het document “Vijf basisregels Gregorius en gedragsverwachtingen” kan HIER gedownload worden.

Naar boven